Ede
Amsterdamseweg 60
Amsterdamseweg 68

Als ouder worden de eigenheid bedreigt.

Als ouder worden de eigenheid bedreigt.

Wij leven in een tijd waarin veel aandacht is voor de toekomst. Onderzoek en statistiek vertellen ons hoeveel ouderen er momenteel zijn en hoe snel dit aantal verdubbelt. De vraag hoeveel mensen er lijden aan Alzheimer en hoe snel dit probleem toeneemt houdt velen bezig. In dit schrijven kom ik tot de vraag:

Is oud worden eigenlijk nog wel een ervaring die de mens van deze tijd met vreugde beleeft?

Als kind is voor iedereen elke verjaardag een spannende nieuwe deur waar je doorheen mag gaan naar de volgende kamer van je leven. Een kamer waar je over kunt fantaseren van tevoren, waar je anderen ontmoet die je bij de verwachting ernaar al hebben warm gemaakt.

Als vader van een groot gezin heb ik al vele malen mogen meemaken dat mijn kinderen niet konden wachten om 15 jaar te worden. Dan mogen ze namelijk deelnemen aan het uitgaansleven. Of 16 jaar worden, dan mag je een bromfiets certificaat halen. Als je 18 jaar bent mag je je rijbewijs halen.

Die eerste 20 jaren van het leven zitten zo lijkt het wel boordevol met momenten waarop je haast niet kunt wachten. Momenten die je als kind brengen in een nieuw stadium waarin er steeds meer deuren voor je open gaan.
Ben je eenmaal 21, of 23, dan stap je toch echt de wereld binnen waarin iedereen zelf mag en moet beslissen wat hij of zij wil. Je eigen kleur, je eigen smaak, je eigen werk, je eigen huis, je eigen wil, je eigen relatie, misschien je eigen gezin, je eigen familie, je eigen vrienden, je eigen auto, je eigen visie, je eigen mening etc, etc.

Komt er dan eigenlijk nog wel iets nieuws na deze periode, of word je dan “gewoon” alleen maar ouder.

Zelf heb ik het als volgt ervaren. Na mijn 20 ste veranderde ik van een volwassen jongeman in een meneer. Van een jij in een u. Van jonge vader met een baby op de arm in een vader en opa. En dankzij lichamelijke vitaliteit heb ik voor zeer veel klussen en problemen wel wat te bieden.
Dankzij geestelijke vitaliteit veranderde ik van een jonge onervaren volwassene in een door ervaring “wijs” geworden echtgenoot, vader, broer, nog zoon, en grootvader. Eigenlijk heeft het leven weinig geheimen meer zo lijkt het als je de vijftig passeert. Overal wel een antwoord op. Kennis en ervaring van het verleden en een duidelijk zicht en idee voor de toekomst.

Hoe zit het dan met die periode die eraan komt. Hoe zit het met de verwachting, met het verlangen om oud te mogen worden.
Eerlijk gezegd is de huidige fase in mijn leven wel een echt top moment. In alles kun je nog meedoen. Zeer waarschijnlijk loopt mijn zoon mij er in de korte sprint gemakkelijk uit. Maar met een beetje bijhouden van de conditie kan ik op de lange afstand nog aardig mee. De wereld ligt voor je open maar is geen onbekende meer. Ontmoetingen met andere mensen geven dagelijks verfrissende momenten van uitwisseling van ervaringen die nieuw, maar niet onbekend zijn.
Kortom, je kent jezelf, je smaak, je gevoel, wat je prettig vindt, waar je van houdt, waar je wilt zijn en hoe het voelt. Ik ervaar het genot van de herhaling, de verwondering voor iets nieuws en bedenk zo af en toe zelf nog nieuwe dingen.
Je kent het oude lied en zingt het hedendaagse mee. Soms schrijf je zelf misschien nog eens een lied vol gevoel van hoe het is om mens te zijn.

Opnieuw de vraag; Is dit het nu of komt er nog iets nieuws. Is het voor iemand van mijn leeftijd nu volop zomer of is de herfst al heel voorzichtig aan het beginnen. En wat brengt deze herfst en wil ik dan wel dat de winter komt. Hoelang kan ik mijn levens motto volhouden:

“Wie de koffer voor morgen vandaag zo vol pakt dat er morgen niets meer bij kan, kan net zo goed vandaag al sterven.”

Hoe zit dat met het ouder worden? Soms hoor ik mensen van 50 of 55 jaar over zichzelf spreken alsof ze oud zijn.
Kijk ik ver vooruit, naar hen die reeds oud geworden zijn, dan lijken sommigen het te begrijpen, sommigen lijken zich te verzetten.
Toen mijn eigen vader 60 jaar werd, ging er nog een grote wens van hem in vervulling. Hij behaalde zijn rijbewijs, kon een auto aanschaffen en heeft daarvan nog ruim 20 jaar genoten met volle teugen. Kortom hij beleefde als 60 jarige en de 20 jaar daarna nog een hele nieuwe fase. Nieuwe dingen, nieuwe inzichten. Was hij oud? Voelde hij zich oud?
Iedereen zal wel zo zijn voorbeeld hebben. Als ik nu aan hem denk, dan zie ik aan hem en in zijn levensfase waarin hij op zijn minst door ieder als een oudere werd gezien hele bijzondere zaken. Hij verhuisde nog op zijn 57 jarige leeftijd vanuit zijn geboorte dorp naar de stad. Maakte nieuwe contacten, groeide in een nieuwe sociale omgeving. Hij genoot van het opgroeien en uitgroeien van zijn kinderen en hun gezinnen. Hij zag in hen blijkbaar iets, misschien wel stukken van zichzelf terug en genoot ervan. Is dat het dan misschien als je ouder wordt, dat je meer en meer meeleeft met het groeiende leven van de jongere mensen om je heen?

Als je de periode van opvoeder ver voorbij bent heb je als mens ogenschijnlijk minder sores. Je hebt natuurlijk je moeiten. De problemen van de volwassen kinderen, die dus eigenlijk niet meer jouw problemen zijn, worden vaak ondergaan als overkomt het jezelf.

Dikwijls vraag ik mijzelf nu af of ik in mijn jong volwassen periode wel heb gehoord wat mijn ouders aan zichzelf ervoeren in het ouder worden. Heb je als medemensen in de twee elkaar opvolgende periodes wel echt contact en uitwisseling met elkaar over de vragen van het leven. Was ik wellicht zo druk met zelf te praten, zelf ouder te worden, vooruit te gaan. Mijn eigenheid aan het ontwikkelen dat ik hen en hun leeftijdsgenoten nauwelijks hoorde. Betekent dat nu dat zij vooral luisterden? Of ben je op je zestigste, zeventigste als je gezond en geestelijk goed blijft ook voor je gevoel nog niet oud. Wil je dan ook nog gewoon, zoals inmiddels je leven lang al, ouder worden.
Het bijzondere is denk ik wel dat voor de jonge mensen, de kinderen, zij die in hun eerste 20 jaar leven, alle voor hen ouderen redelijk zijn ingedeeld. Ouders zijn nog niet oud, soms wel ouderwets, of niet zo meegaand. Opa en oma zijn natuurlijk veel ouder, of voorzichtig gezegd al oud.

Op mijn 49 ste had ik nog de mogelijkheid om met mijn moeder op haar oude dag deze periode na te bespreken, en dat was prachtig. Hoe zij kon zijn wie zij was dankzij of ondanks haar man. Dankzij haar gezin of ondanks haar eigen gezin. Hoe zij terugkijkt op de ontwikkeling van haar eigenheid. Hoe zij het vindt om oud te zijn, of is zij dat nog niet.
Het lijkt wel of je rond je 50 ste uiteindelijk in de draaimolen zit waar je als kind nog niet in durfde. Waar je als jongeman nog niet helemaal goed wist hoe erin te moeten zitten. Waar je nu dus in ronddraait. Het ene moment kijkend in de ogen van de verleden tijd, het andere moment in de toekomst. Bij de ene bocht zie je de verwachtingsvolle ogen van een kind wat ooit ook in de zweefmolen mag. De andere bocht uitkomend kijk je in de ogen van een moeder of vader, die is wie zij of hij is, of toch niet meer.

In veel gesprekken met oudere mensen die geconfronteerd worden met “capaciteits problemen”, komt de vraag op. “Wat is dat voor een periode, die gewenste lang verwachte periode van het oud zijn. Wanneer ben je eigenlijk oud.

In mijn herinnering waar plaats is voor twee opoe’s, omdat de opa’s reeds vertrokken waren, zie ik enkel twee oude mensen. Oude vrouwen die ook op foto’s uit een tijd voordat ik er was al oud waren, althans zo leek het. In werkelijkheid waren mijn grootmoeders beide rond de zeventig toen ik werd geboren. Toen zij stierven waren zij in mijn herinnering erg oud.
De ene grootmoeder is in haar uiteindelijke ouderdom teruggekeerd tot haar kindertijd. Dement noemen wij dat. Kinds zei men vroeger. Volledig los van tijd en plaats. De enige die tot het laatste toe nog een functioneel baken was voor haar in de onrust van dat onbekend geworden land was haar jongste dochter, mijn moeder. Nu is deze dochter 87 jaar. Is zij nu oud, al draagt zij kleding van deze tijd. Is zij nu oud omdat ze niet meer weet wat zij gisteren ook al weer heeft gegeten. Is zij nu oud zonder haar beminnende man.
Als een oud geworden mens niet meer kan wat hij of zij kon, als je niet meer zelf kunt zorgen voor je eigen wil, je eigen relatie, je eigen vrienden, je eigen auto, je eigen visie, je eigen mening etc. Als je niet meer zelf je eigenheid kunt garanderen, ben je dan oud of begin je het dan juist te worden.

In deze vraagstelling ligt nog steeds dezelfde onbekendheid met het antwoord. In mijn vele gesprekken met ouderen ben ik van alles tegengekomen. Het meest gehoord is denk ik de verzuchtende uitdrukking; “Ach ja, wij worden oud”. In deze gesprekken met ouderen zijn er ook met echte oude mensen, zo mag je van een negentig jarige of zelfs honderdjarige toch wel zeggen. Van hen hoor ik dan de eveneens verzuchtende uiting; “Ja, ja, het valt niet mee om oud te zijn”.

Geenszins wil ik pretenderen een antwoord te weten op de inmiddels in dit schrijven vele gestelde vragen. Wel wil ik een poging wagen mijzelf en hopelijk vele generatiegenoten met mij, iets aan te reiken wat kan helpen in de relatie met die oude vader, of moeder. Hierbij is mijns inziens de kern; de eigenheid van een mens en hoe blijft die zolang mogelijk behouden. Een weliswaar ongenuanceerd uitgangspunt is daarbij voor mij de volgende.

“Als je als mens, als zoon of dochter zo rond je veertigste je vader of moeder nog iets kwalijk hebt te nemen wat te maken heeft met je eerste levensperiode, dus je kindertijd en je jeugd, geef ik het advies datgene met al je inmiddels verzamelde volwassenheid op een plek te leggen waar het kan blijven liggen. Waar het kan liggen zonder dat het telkens voor de voeten van je oude vader of moeder hoeft te worden geworpen. Leg het weg zoals een paar bewaarde oude schoenen. Trek ze nooit meer aan om te voorkomen dat de pijn bij het lopen weer net zo hevig wordt als toen. Laat ze staan, of als het je lukt, gooi ze in de ton.”

Dit beeld gebruikend moet ik denken aan mensen bij wie ik weleens heb gezien dat ze hun eerste kinderschoentje in zilver of brons op de schoorsteenmantel hebben staan. Als je in je herinnering zo veel goeds hebt liggen dat je je eerste schoentje zo te pronk kunt zetten, mag je je zelf wel erg gelukkig prijzen. Maar ook als de herinnering wat minder florissant is, kan het oppoetsen van het verleden mijns inziens een glans krijgen die je in de huidige volwassenheid kan verlichten.

Die oude vader of moeder die aan het ontdekken is dat oud worden niet mee valt, ook al heb je dat je hele leven gewenst, of dat oud zijn soms meer voelt als een straf dan als het ontvangen van een lang verwacht en gewenst cadeau, heeft iets anders nodig. Vraagt een andere houding. Een wellicht nieuwe houding die zij en wij als jongeren nog niet zo goed kennen.
Mag ik het zo zeggen; Wanneer ouderdom gebreken geeft wat leidt tot afhankelijkheid is het grootste gevaar dat in die afhankelijkheid ook de eigenheid verloren gaat. Nogmaals zeg ik niet te weten wat het antwoord is. Is oud worden en of oud zijn iets om te beleven met vreugde, of is het een straf, een kwelling of last die maar gedragen moet?
Wel meen ik te weten dat elke poging van kinderen, kleinkinderen, verzorgers, verplegers, artsen en overige medemensen om de eigenheid van iemand zolang mogelijk en zo intens mogelijk te behouden, bij voorbaat al is gelukt. Behoud van eigenheid en het beleven daarvan is immers voor elke oudere datgene waar hij of zij het meest mee is vertrouwd. Daarbij is naar mijn idee het zolang en zoveel mogelijk behouden van die eigenheid zeker één van de ingrediënten die nodig zijn om het oud zijn te beleven als iets waar naar uit is gekeken. Een periode die met vreugde beleefd kan worden.

Een voorbeeld wil ik hiervan geven. In mijn directe leefomgeving leefden tot voor enkele jaren nog twee zeer oude oudtantes, oma’s door ons genoemd.
In een gesprek met de oudste van hen, 104 jaar, zei deze niet te weten wat haar toch overkwam. Zij had steeds meer last van het niet meer kunnen beheersen en regelen van haar meest basale levensverrichtingen. Ik ken mijzelf niet zei ze dan. Letterlijk zei ze: “Als je nu “gewoon” ziek bent, dan ben je op een gegeven moment weer genezen en dan is het klaar”.

Ik denk dat er vele illustratieve uitspraken zijn voor het gevoel van onbekendheid met je zelf, je eigen gevoel. Als dit vooral lichamelijk is, kan een mens nog wel samen met anderen afstand nemen en spreken van; “die benen van mij”, of zelfs “die poot van mij”. “Die maag van mij”, “dat hoofd van mij ook”.
Maar als de onbekendheid met zichzelf van psychische of psycho-geriatrische aard wordt, komt er helaas vaak een onbegrepen reactie van onmacht, verdriet, paniek, boosheid, neerslachtigheid of agressie. Mijns inziens is dan de vraag om vertrouwdheid, eigenheid, bekendheid, veiligheid het grootst.

Ben je dan echt oud misschien als er getornd wordt aan je eigenheid.

Misschien was het nog maar één toets op het klavier die een functionele toon gaf, als ik in mijn herinnering mijn grootmoeders “oooo” hoor. Als zij in haar zoeken naar de tijd, naar de bekende mensen in haar leven vroeg, “waar ben ik dan nu”, bracht de naam van mijn moeder haar tot het gevoel wat werd uitgedrukt in die ene letter. Ooooo.
Dat deze geruststelling soms wel 20 x op een dag verdween en weer moest worden opgeroepen, veranderde niets aan die ene reactie.

Cor Horzelenberg
Ede, 2009

Comments are closed.
Direct contact

Uw naam (*)

Uw email (*)

Telefoonnummer (*)

Uw bericht

captcha

Ik ga akkoord met de privacy verklaring

Nieuw te lezen…