Ede
Amsterdamseweg 60
Amsterdamseweg 68

Het “adolescentschap” van de oudere medemens.

Het “adolescentschap” van de oudere medemens

Menigeen zal het kunnen bevestigen dat vader toen hij wat ouder werd, wat ongeduldiger begon te worden. Dat moeder op haar oude dag toch een stuk lastiger werd. Misschien zelfs wel een beetje zeuren, drammen. Niet helemaal meer goed kunnen inschatten wat ze wel en niet kunnen. Dit laatste vaak in relatie met wat ze willen. Is vader “gewoon” een ongeduldige knorrepot geworden, of is er meer aan de hand.

Ouder worden

In het volgende artikel wil ik proberen een bepaald licht te laten schijnen op het verschijnsel ouder worden. Vanuit mijn ervaring als zorgverlener, maar meer nog vanuit de laatste jaren als zorgadviseur, indicatiesteller voor meerdere RIO’s en later CIZ heb ik in de laatste jaren duizenden ouderen bezocht en gesproken. Veelal ging dit over het vaststellen, het beoordelen en in kaart brengen van de beperkingen cq de mogelijkheid van zelfredzaamheid. Niet zelden werd de aanvraag voor zorg aangevraagd door een dochter of zoon. “Ja, de kinderen vinden dat het niet meer gaat”is een zeer vaak gehoord zinnetje uit de mond van de oudere in kwestie.

Nog vaker ging de conversatie op de volgende manier; Vader of moeder zit te vertellen wat hij of zij nog allemaal zelf doet, dat het allemaal wel meevalt en dat het eigenlijk nog best gaat in de eigen woning en dat de kinderen zich teveel zorgen maken. “Dat is niet waar pa, of ma, nu moet je eerlijk zijn, dat kun je allemaal niet meer. Dat zeg je wel maar het is niet zo.” Niet zelden wordt e.e.a. onderstreept met voorbeelden van missers in het zelfstandig functioneren. Wie zelf als kind of als oudere deze gesprekken al eens heeft gevoerd zal het herkennen. Om de spanning te breken kan de onbekende onafhankelijke onderzoeker beide partijen soms een beetje bij elkaar brengen.

Met bovenstaande schets wil ik geenszins voorbij gaan aan de situaties waarin kinderen op één lijn zitten met hun vader en of moeder. Waar ik de aandacht voor wil vragen is de volgende gedachte cq constatering.
Wie in zijn herinnering terugkijkt vindt waarschijnlijk veel voorbeelden van onevenredige, soms onredelijke inschatting of vaak overschatting van vaders of moeders eigen kunnen.

Mijn ervaring

Een voorbeeld uit mijn eigen kindschap; De ouders van mijn vrouw willen graag een serre aan hun huis laten bouwen. Vader is er vol van. Hij wil graag nog eens gezellig zoals vroeger een dag samen uit. Verschillende zaken af om te kijken waar ze de mooiste serres hebben. De zaterdag komt en we gaan op pad. Reeds bij de eerste zaak na een half uurtje begint hij al een beetje te haasten, wil even zitten. Na een halve dag is het eigenlijk wel duidelijk dat hij veel te moe is om de hele dag vol te maken. Een ander voorbeeld; Vader heeft bij de keuring gehoord dat hij nog weer voor een jaar zijn rijbewijs mag gebruiken. Je stapt bij hem in de auto en maakt een beste autorit. Je zit voortdurend stijf van angst bij elke keer dat het weer net goed gaat. Wat is dat nu toch. Dat je als kind op een gegeven moment, als je vader of moeder ouder wordt soms moet praten als brugman dat hij of zij bepaalde zaken echt niet meer kan. Dat sommige dingen niet meer kunnen terwijl hij of zij zelf denkt dat het nog wel lukt.

Ik weet niet of het wetenschappelijk te bewijzen valt, maar het is alsof de functie die een heel leven van volwassenheid heeft gewerkt, namelijk het inschatten of datgene wat je wil ook werkelijk mogelijk is, niet meer zo goed werkt. Vergelijk ik dat met de fase waar een mens in komt voor de echte volwassenheid, de adolescentie, dan herken ik gedrag in een soort omgekeerde richting. Na de puberteit waar de jongen of het meisje uitkomt komt de fase van pré volwassenheid. Heerlijk voor ouders. Je kunt met je kind meedenken in zijn of haar plannen. Enthousiast voor de grootse plannen en idealen. Het enige wat je soms hoeft te doen is een beetje op de rem staan als blijkt dat het kind zichzelf wat overschat. Maar ach ook daar leren ze van. Van teleurstelling worden zij wijs. Door zelfoverschatting komen ze ten minste regelmatig weer met beide benen op de grond. Allemaal met het doel en als uitkomst dat de jonge volwassene uiteindelijk leert dat niet alles wat je wil ook kan en dat sommige dingen kunnen als je het maar wil. Een proces wat een bepaalde kant opgaat, en wat komt vanuit de ontwikkeling van volledige afhankelijkheid, groeiende onafhankelijkheid tot uiteindelijk volledige zelfstandigheid.

Ouders

Terug naar onze vader of moeder. Zij die ons hebben begeleid naar die volwassenheid. Die jou als kind hebben geleerd niet te snel op te geven, maar ook te incasseren als dingen nu eenmaal niet gaan zoals je graag had gewild. Als die vader of die moeder zichzelf overschat, niet meer goed weet in te schatten wat reëel kan, gebeurt er iets heel moeilijks. Het is volstrekt onacceptabel, niet te verdragen dat hij of zij, nota bene na jaren van elkaar als volwassenen te hebben begrepen, niet inziet dat hij nu toch echt niet meer zou moeten rijden. Dat moeder niet wil accepteren dat ze niet meer op dat trapje moet klimmen. Dat ze er samen niet aan willen dat het huis veel te groot wordt, dat het veel beter voor ze is dat ze hulp nemen.

Of dat ze in het verzorgingshuis veel beter af zijn. Daar krijgen ze toch de zorg die ze nodig hebben. Dat ze dat nu niet inzien. Er is uiteraard geen plek voor natuurlijk ontdekken, er zelf achter komen dat sommige zaken inderdaad niet meer gaan. Aan hen zelf ontdekken wat wel nog kan en wat niet. Temeer als er dreiging is van vallen, ongelukken en wat dies meer zij. Nog lastiger is het fenomeen dat het verschijnsel niet overgaat, dat het niet vanzelf overgaat in zelfontdekking en zelfkennis, nee vader of moeder is op de terugweg, het wordt steeds erger, de strijd wordt als je niet oppast steeds heviger. Totdat hij of zij zich er uiteindelijk bij neerlegt en er aan toe is om het toe te geven.

Zelfstandigheid

Mijns inziens is het van essentieel belang zicht te krijgen op een in mijn visie even natuurlijk proces van verdwijnen van de “volwassenheid” in de levensfase van de oudere mens, als het natuurlijke proces van komen van de volwassenheid in de levensfase van de jonge mens. Hiermee bedoel ik natuurlijk niet letterlijk dat vader of moeder niet meer een volwassene is. Hoewel het soms werkelijk gebeurt dat zoals vroeger werd gezegd hij of zij (weer) “kinds” wordt. Het vraagt een andere houding, een ander beoordelingssysteem van kinderen. Mag ik het zo zeggen dat de kunst van het omgaan met je oude vader of moeder, of nog beter gezegd je ouder wordende vader of moeder, vooral hieruit bestaat, niet afgeleid te worden door het gedeelte wat wegvalt van de zelfstandigheid, maar vooral te blijven zien op het overblijvende noodzakelijke gedeelte van de zelfstandigheid en daarin te ondersteunen en te beoordelen welke aanvulling er nodig is.

Vaak wordt dan de vraag of opname in een verzorgingshuis, inleveren van het rijbewijs, accepteren van de warme maaltijd van buiten etc door vader of moeder zelf beantwoord. Het gedeelte van de zelfstandigheid dat nodig is om zich ondanks het wegvallen van functioneren veilig en op de goede plek te voelen is vaak van een ander kaliber en inhoud dan wat kinderen voor vader of moeder noodzakelijk vinden.
“Ja ze bedoelen het goed hoor, de kinderen zijn heel lief voor me”.

Cor Horzelenberg

Comments are closed.
Direct contact

Uw naam (*)

Uw email (*)

Telefoonnummer (*)

Uw bericht

captcha

Ik ga akkoord met de privacy verklaring

Nieuw te lezen…